Go back to home

22/10/2012

“Het vlees is voor de rijken en die blijven er altijd. Crisis of geen crisis.”

Filed under: Dutch — De Drie Morgen @ 12:20

Artikel gepubliceerd in het Noord-Hollands Dagblad 20 oktober 2012

Japans rundvlees

Tot omstreeks 1900 werd het excellente vlees van Wagyu-runderen uitsluitend gegeten door leden van de Japanse keizerlijke familie en een handjevol bevoorrechte intimi. Nu is het vlees gemeengoed in het land van de rijzende zon, maar geldt nog altijd een exportverbod voor de dure, gedrongen runderen. Caroline Zeevenhooven en haar man Rob kochten in 2005 honderd embryo’s van een Wagyu-kudde die langs slinkse wegen in Australië was beland en zetten die in Nederlandse draagmoeders. “Rob had genoeg van projecten ontwikkelen en wilde in het vogelreservaat van Spijkerboor gaan boeren. Dan ben je verplicht koeien te houden en met die bijzondere koeien zou dat ook nog wat kunnen opleveren.”

Rob is vijf maanden geleden overleden aan kanker. Caroline is blij dat ze haar 190 beesten nog heeft. “Het vee zorgt voor afleiding en het is heerlijk om soms met dieren te knuffelen. Dit is een moeilijke tijd mij.” Hoe vriendschappelijk ze ook met de Wagyu omgaat: wanneer ze circa 32 maanden oud zijn, gaan onherroepelijk naar de slager. Ze leveren tussen de 5000 en 7000 Euro per stuk op. Aanzienlijk meer dan een Hollandse koe: 1250 tot 1500 euro. ” Een gewone koe houden is pure armoede”, verzekert Zeevenhooven.

Een bevriende slager begeleidt de slacht en zorgt er steevast voor dat de entrecotes en biefstukken van de Wagyu worden doorverkocht aan exclusieve restaurants en speciaal slagerijen. Goedkoop is het vlees allerminst. Een ossenhaas doet duizend euro per kilo. “Het is vlees voor de rijken en die blijven er altijd. Crisis of geen crisis.” Van vleesafval worden speciale bitterballen, hamburgers en worsten gedraaid. De stieren uit Spijkerboor sterven niet in Nederland, maar worden – om mee te fokken – geëxporteerd naar Frankrijk, Wales en Spanje.

Zeevenhooven produceert nu ook zelf embryo’s. Daar is momenteel een goede markt voor in Oostenrijk, Duitsland en België.”  Over de economische kant van haar onderneming wil ze niet veel kwijt. ” Om ervan te kunnen leven zou je de veestapel moeten verdubbelen, maar dan heb ik er veel te veel werk aan. Ik streef ernaar dat mijn bedrijf zichzelf kan bedruipen.”



Comments are closed.